
Pride en woonwagencultuur in voorselectie UNESCO-erfgoedlijst
De Raad voor Cultuur heeft bekendgemaakt welk immaterieel erfgoed kansrijk is om te worden opgenomen op UNESCO-erfgoedlijst. Het is aan de nieuwe minister van OCW Rianne Letschert om te besluiten of één van deze tradities wordt voorgedragen voor nominatie bij UNESCO in 2027.
Op de foto: De Geuzenintocht 2025. Credit: Andor Kranenburg / 3 October Vereeniging
Het gaat, in alfabetische volgorde, om: de herdenking en viering van het Leidens Ontzet 1574, Heggenvlechten, Het Fanfareorkest, Pride Amsterdam en Woonwagencultuur. Eerder werden al vijf Nederlandse erfgoedelementen internationaal erkend: het ambacht van molenaar (2017); de corsocultuur (2021); de valkerij (2021); het zomercarnaval in Rotterdam (2023); en de traditionele bevloeiing van grasland (2023).
Selectieproces
Mensen bepalen zelf of iets tot hun immaterieel erfgoed behoort en of ze het willen aanmelden voor de 'Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland'. Alleen erfgoed dat op deze inventaris staat, kon door de raad worden meegenomen in de beoordeling. Daarnaast moesten de beoefenaars van het erfgoed zelf aangeven dat ze genomineerd willen worden.
Sinds 2003
UNESCO's Verdrag inzake de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed bestaat sinds 2003. Het verdrag heeft als doel om wereldwijd gebruiken, rituelen, tradities, sociale praktijken, ambachten en andere vormen van immaterieel erfgoed te beschermen, te ontwikkelen en de beoefening ervan door te geven aan volgende generaties. Het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 2012 aangesloten bij het verdrag.