Sander Schimmelpenninck breekt eigen duurzaamheidsbelofte: Blooming Good is opnieuw berispt

Sander Schimmelpenninck breekt eigen duurzaamheidsbelofte: Blooming Good is opnieuw berispt

19-06-2026 (13:14) - Opinie

Sander Schimmelpenninck breekt eigen duurzaamheidsbelofte: Blooming Good is opnieuw berispt door de Reclame Code Commissie (RCC) vanwege greenwashing.  

In de snelgroeiende markt voor durfkapitaal en scale-ups is het claimen van maatschappelijke en duurzame impact een centrale business-strategie geworden. Investeringsfondsen profileren zich nadrukkelijk met Environmental, Social, and Governance (ESG) criteria om kapitaal aan te trekken en marktpositie te verwerven. De praktijk laat echter zien dat de controle op de feitelijke onderbouwing van deze duurzaamheidsclaims achterblijft bij de financiële controle. De recente, herhaalde berisping van kunstbloemenleverancier Blooming Good (dossiernummer 2026/00204) door de Reclame Code Commissie (RCC) roept vragen op over de effectiviteit van ESG-due-diligence-processen bij impactinvesteerders zoals Sander Schimmelpenninck.

Na een eerdere berisping in september vorig jaar (2025) verklaarde impact-investeerder Sander Schimmelpenninck namens zijn fonds Effectus Capital stellig in de Telegraaf: “Een uitspraak van de Reclame Code Commissie moet gewoon worden uitgevoerd.” Hoewel dit standpunt getuigt van het juiste risicobewustzijn, bleek de operationele opvolging weerbarstiger. Uit de nieuwste, op alle onderdelen gegrond verklaarde klacht blijkt dat de onderneming claims handhaafde én introduceerde die in strijd zijn met artikel 3, 4 en 7 van de Code voor Duurzaamheidsreclame (CDR). De nieuwe absolute bewering ‘de duurzaamste keuze in Nederland op zowel vers- als kunstbloemen gebied. Perfect voor B-corps of bedrijven die duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan’, bleek bij formele toetsing niet te berusten op controleerbaar en onafhankelijk bewijs.

Voor de brede investerings- en duurzaamheidssector is deze casus om drie structurele redenen relevant:

1. De noodzaak van de volledige ketenanalyse (LCA)
Het verweer van de adverteerder in deze procedure leunde op een specifiek onderzoek van onderzoeksbureau Anthesis naar de CO2-uitstoot van ingevlogen rozen. De RCC stelt in de uitspraak terecht vast dat een dergelijke specifieke vergelijking methodologisch onvoldoende basis biedt voor een algemene, absolute claim over een gehele bedrijfsvoering of een compleet assortiment. Absolute milieuclaims vereisen een sluitende, onafhankelijke Levenscyclusanalyse (LCA) die de volledige keten – van de polymeerproductie in Azië tot de logistiek en de uiteindelijke verwerking – objectief kwantificeert. Het hanteren van deelonderzoeken als algemeen bewijs vormt een substantieel compliance risico voor de investeerder.

2. De formele verantwoordelijkheid van de investeerder
Investeringsfondsen kunnen de verantwoordelijkheid voor duurzaamheidsclaims juridisch en maatschappelijk niet langer uitsluitend bij het operationele management neerleggen. Binnen moderne corporate governance-structuren dient de due diligence voorafgaand aan een kapitaalinjectie net zo strikt te zijn op ESG-data als op de financiële boeken. Wanneer een deelneming herhaaldelijk door de RCC wordt aangesproken op duurzaamheidsclaims, duidt dit op een tekortschietende interne controle en handhaving vanuit de governance-structuur van het fonds zelf.

3. CDR-naleving en het behoud van consumentenvertrouwen
Het strikt handhaven van de Code voor Duurzaamheidsreclame (CDR) is essentieel voor het behoud van marktintegriteit. De CDR stelt duidelijke regels om greenwashing te voorkomen en consumenten te beschermen tegen misleidende informatie. Wanneer bedrijven de markt betreden met ongefundeerde claims, holt dit het algemene consumentenvertrouwen in duurzaamheid volledig uit. Als de consument of de zakelijke inkoper niet meer kan vertrouwen op wat een label of marketingtekst belooft, schaadt dat de gehele duurzaamheidstransitie. Het naleven van de CDR is dan ook geen optionele marketingrichtlijn, maar een fundamentele plicht om de geloofwaardigheid van de markt te beschermen.

De conclusie uit dit dossier is helder: ESG-due-diligence is geen vrijblijvende afvinklijst meer, maar een harde risicofactor. Met het oog op de strengere Europese regelgeving rondom de EmpCo richtlijn, die vanaf 27 september 2026 van kracht wordt, moeten claims in de boardroom al honderd procent sluitend zijn. Toezichthouders zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM) handhaven hier steeds strenger op. Investeerders en scale-ups moeten begrijpen dat de transitie wordt gedreven door harde, verifieerbare data en bewijslast, niet door marketingoneliners. De uitspraken van de RCC moeten inderdaad worden opgevolgd.

Door: Wesley van den Berg, Manager Stichting Floridata (op persoonlijke titel)