Twee miljoen allochtonen op 't net

11-03-2008 (11:00) - Marketing

Nederland telt ruim 2 miljoen allochtonen die gebruikmaken van het internet. Dat staat gelijk aan 71 procent van alle allochtonen. Vertaald naar de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek betekent dit dat een op de vijf personen op internet een allochtoon is. Gemiddeld internetten de allochtonen 10 uur en 35 minuten per week. Dat blijkt uit Foquz Media, het continu mediaonderzoek onder allochtonen van Foquz Etnomarketing. Voor Foquz Media, dat sinds 2002 loopt, worden jaarlijks 2400 face-to-face gesprekken met allochtonen van 15 jaar en ouder gehouden. 

Surinamers en Antillianen
Van de vier grootste allochtone groepen - Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen - hebben Turken het vaakst beschikking over internet (73 procent), Surinamers juist het minst (68 procent). Marokkanen internetten per week gemiddeld het langst (11 uur en 8 minuten), Surinamers het minst (9 uur en 56 minuten).
Internettende allochtonen zijn met name onder de jongste leeftijdsgroepen (15-19 jaar) te vinden. Hiervan maakt 87 procent gebruik van het internet. Zij brengen ook de meeste tijd door op het internet: 12 uur en 15 minuten per week. Van de allochtonen van 35 jaar en ouder maakt 58 procent gebruik van het internet. Zij brengen 4 uur en 4 minuten per week door op het internet.

Vijftigplussers
Ook de Stichting Internetreclame (STIR) heeft vandaag nieuwe cijfers bekendgemaakt over de surfpopulatie in Nederland. Eerder dit jaar publiceerde STIR net als CBS dat er 11 miljoen mensen online zijn in Nederland. Dat is een groei van 7 procent ten opzichte van een jaar geleden. Nu blijkt dat die groei vooral door de oudere doelgroepen wordt veroorzaakt. Bij de vijftigplussers steeg de internetpenetratie van 52 procent in 2006 naar 59 procent  in 2007. In de doelgroep 35-49 jaar groeide de gemiddelde surftijd per week met 22 procent naar 7,3 uur per week. De cijfers zijn afkomstig uit de Establishment Survey, die elk half jaar door Intomart GfK wordt uitgevoerd in opdracht van STIR. Hieruit blijkt verder dat de internetpenetratie bij de jongeren (13-34) op 98 procent staat. Een groei is hier bijna niet meer mogelijk. De jongeren hebben met 9,9 uur de langste surftijd per week en internet heeft in deze doelgroep een aandeel van 22 procent in de mediaconsumptie. Bij vijftigplussers heeft internet een aandeel van slechts 5 procent.

Zware surfers
De vijftigplussers besteden de meeste tijd aan media. Gemiddeld zo’n 54,2 uur per week, waarvan de meeste tijd aan radio (bijna 24 uur). Bovendien lezen de vijftigplussers gemiddeld langer in tijdschriften en dagbladen. De jongeren (13-34 jaar) steken maar 46,5 uur per week in media, waarvan 16,8 uur in televisie en radio.  Beide mediumtypen hebben een aandeel van 38 procent in de jongerendoelgroep. Volgens cijfers van STIR telt Nederland 4,3 miljoen zogeheten zware surfers. Dat zijn mensen die wekelijks minimaal vijf uur online zijn. De helft van de jongerendoelgroep behoort tot de zware surfers. Een zware surfer is gemiddeld 14,8 uur per week online en internet heeft een aandeel van 26 procent in de mediaconsumptie. Bij de lichte surfers (maximaal twee uur per week online) heeft internet een aandeel van 5 procent.
 

Bureaus

Media

Economisch